De oriëntatie en onregelmatige vorm van het kavel waren sterk bepalend voor de conceptuele uitgangspunten van een villa aan de rand van het bos in Teteringen. Het gebouw werd gesitueerd in de uiterste noordoosthoek van de kavel, waardoor een optimaal gebruik van de tuin en een goede bezonning mogelijk werd. Een robuust en gesloten gevel aan de noord- en oostzijde fungeert als ruggengraat, waartegen voor een villa van deze omvang het standaard programma is georganiseerd. De witte ronde toren is het knooppunt van de woning waar entree en stijgpunten zijn gesitueerd. De houten volumes herbergen de keuken, badkamer, logeer- en werkkamers. De primaire leefruimtes als zit- en hoofdslaapkamer zijn een resultante van de positionering van deze drie volumes. Alle ruimtes op de begane grond staan in open verbinding met elkaar. Een ononderbroken glazen gevel maakt de losse onderdelen tot één geheel.