Het buitengebied van Borsele wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan landschappen, grondgebruik en functies. Een landschap waar de inpolderingsgeschiedenis ‘leesbaar’ en beleefbaar is. De oudere, kleinschalige polders zijn niet voor niets aangewezen als nationaal landschap (“Zak van Zuid-Beveland”). Een gebied waar tevens sprake is van een grote diversiteit aan functies. De nieuwere, grootschalige polders vervullen daarentegen primair de functie als agrarische productiegebied.
Zoeken naar evenwicht tussen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de agrarische sector en het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit vormde bij het opstellen van een bestemmingsplan voor dit buitengebied het centrale vertrekpunt.
Met een gebiedsgerichte benadering in combinatie met de zogenaamde cascoplanning is hierop een passend, en goed werkbaar antwoord gegeven.