Kasteel Westhove vindt zijn oorsprong in een middeleeuws mottekasteel en heeft lang gediend als buitenplaats van verschillende religieuze en seculiere notabelen. Aan het begin van de 19e eeuw werd het kasteel bestemd om “witneusjes” uit de stad wat frisse lucht te gunnen. Later deed het dienst als jeugdherberg.
Het gebouw staat rondom in het water waardoor regelmatig onderhoud moeilijk is uit te voeren. De wens van de gebruiker om het interieur aan te passen aan de vernieuwde hotelformule viel samen met de noodzaak tot grootschalig onderhoud. Een zogenaamde Kanjer-subsidie maakte het herstel van het gevelmetselwerk, kozijnen en kapvoet mogelijk. In samenwerking met Kees van Lamoen Architecten werd een gecombineerd aanpassings- en restauratieplan gemaakt. Rothuizen Van Doorn ’t Hooft heeft de casco restauratie voorbereid en begeleid.