NIEUWS :: MEDIA


Djenné kan weer zelf aan de slag


Djenné in Mali is een lemen stad. Mooi maar kwetsbaar. De in Zeeland actieve architect Pierre Maas is al ruim een kwart eeuw betrokken bij restauratie en behoud. Fotograaf Ruden Riemens verruilde op zijn uitnodiging Middelburg tijdelijk voor Djenné. Op deze pagina's het beeldverhaal van een lemen erfgoed in West-Afrika.
door Jan van Damme

Onlangs kreeg Pierre Maas een telefoontje: het regenseizoen is begonnen, één van de kamers van het pas voltooide guesthouse lekt. Geen paniek. In Djenné is een beetje water binnen niet het grootste probleem. Er gaan pas alarmbellen rinkelen als het hele huis dreigt weg te spoelen.
Djenné ligt in Mali, West-Afrika. Sinds 1988 staat de stad op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Alle huizen en paleizen zijn er van leem. De honderd jaar oude moskee is de grootste lemen constructie ter wereld. Zowel bouwstenen, mortel als pleisterwerk worden van leem gemaakt. Een bouwwijze die bekend staat als de Malinese leemarchitectuur. Traditioneel, maar ook vergankelijk. Gebouwen moeten elk jaar weer besmeerd worden, omdat ze anders tijdens het regenseizoen beschadigd raken.
Architect Pierre Maas (1960) is verbonden aan het Zeeuwse bureau Rothuizen van Doorn 't Hooft. Hij was van jongs af aan gefascineerd door Afrika. Tijdens zijn studie aan de Technische Universiteit in Eindhoven kon hij die liefde vormgeven. In 1982 reisde hij in het kader van een studieproject voor het eerst naar Djenné. Tien jaar later promoveerde hij op de traditionele leemarchitectuur. ,,Ik was meteen helemaal gegrepen. De stad is organisch gegroeid, niet ontworpen. Alles klopt.'' Sindsdien heeft Djenné hem niet meer losgelaten. Vanaf 1985 waren vele gebouwen in verval geraakt. Door armoede en ook de veranderende smaak van de Malinezen. Een huis van betonblokken, aangesmeerd met cement, tegeltjes op de voorgevel en golfplaten op het dak. Dat was - en is - de heersende mode in Afrika. Inwoners van Djenné wilden mee in die trend. Unesco plaatste de stad in 1988 op de werelderfgoedlijst. In 1996 werd op initiatief van het Museum voor Volkenkunde in Leiden een grootscheeps restauratieproject opgezet. Pierre Maas werd supervisor. Hij overwon de scepsis van de inwoners.
In 2011 wordt na vijftien jaar de derde, tevens laatste fase afgerond. Dan zijn er zo'n 160 huizen, paleizen, moskeeën en graftombes opgeknapt. ,,Voor ongeveer 200.000 euro per jaar'', zegt Maas. ,,Dat was voldoende. Wij hebben hele persoonlijke contacten, er zit geen dure organisatie om heen.'' Ook al stopt het restauratieproject, het werk is niet af. Bovendien vraagt het leem jaarlijks onderhoud. Maas is ervan overtuigd, dat de Malinezen nu zelf hun stad overeind kunnen houden. Stenenmakers en metselaars zijn goed opgeleid en kunnen het werk zelfstandig aan.
Met steun van Rothuizen van Doorn 't Hooft is er een stichting opgericht, die onderzoek stimuleert en lokale architecten steunt. Ook de gemeente Borsele subsidieert sinds kort in het kader van Fair Trade.
En het dak van het guesthouse van Pierre Maas? Dat komt wel goed, onderzoekers die er gebruik van willen maken, hoeven niet te vrezen.

 

Bron: PZC, 5 juni 2010