NIEUWS :: MEDIA


RDH heeft het stedenbouwkundig masterplan opgesteld voor Waterwijk Zierikzee


Spanningsveld tussen individu en collectief Sinds de jaren negentig is gezocht naar manieren om stedebouwkundige planning in overeenstemming te brengen met de dynamiek van de samenleving.

In Zierikzee, Loenen aan de Vecht en Nijmegen hebben respectievelijk Kingma Roorda, West 8 en Mecanoo verschillende instrumenten gehanteerd om te komen tot woonmilieus die
zowel recht doen aan het collectieve als aan de expressie van het individu. Sander Woertman. De gevelopstanden van de kadewoningen die Kingma Roorda ontwierp in de Waterwijk in Zierikzee, zijn ontstaan door een systematische herhaling van een serie verschillende woningtypes.

Aan het begin van de Vinex-operatie, zo’n vijftien jaar geleden, was duidelijk dat de nieuw aan te leggen wijken wezenlijk moesten verschillen van de homogene nieuwbouwwijken uit de voorgaande decennia. Thematisering en verschillen in
bouwhoogtes en woningdichtheid moesten gedifferentieerde woonmilieus scheppen. Daarnaast werd in de Vinex-wijken ook het beeld vastgelegd. De grote tekortkoming van deze aanpak is, dat de differentiatie slechts in de gevels aanwezig is, terwijl de plattegronden praktisch identiek zijn. De toenemende individualisering en de opkomst van alternatieve samenwoonverbanden maken het noodzakelijk dat differentiatie
niet alleen in het beeld tot uitdrukking komt, maar ook consequenties heeft voor de grootte en indeling van de woning. Het besef groeit dat er een spanningsveld is tussen de expressie van de individuele woning en de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting, die een collectief doel veronderstelt. De drie projecten die hier worden behandeld, gaan in op dit spanningsveld. Het ingezette instrumentarium relateert de behoefte aan  gedifferentieerde woonmilieus aan het architectonische beeld zonder dat de samenhang met de schaalniveaus van straat en wijk verdwijnt.
Met het project voor de Waterwijk probeert Zierikzee nieuwe inwoners naar het Zeeuwse stadje te trekken, zelfs vanuit Rotterdam. Met een kunstgreep heeft Rothuizen van Doorn ’t Hooft in zijn stedebouwkundige masterplan voor de wijk het water, dat door dijken van de buurt was afgesneden, teruggebracht naar de randen van het plan. Aan drie zijden zijn kadewoningen gerealiseerd naar ontwerp van Kingma Roorda.
De monumentale kadewoningen worden door de projectontwikkelaars
verkocht als Amsterdamse allure in het rustige Zeeland. Het is de verdienste van de architecten dat ze voorbij dit beeld in verschillende steden hebben gezocht naar
ontwerpprincipes die schuilgaan achter dergelijke gevelopstanden.
In het nabijgelegen Veere ontdekten ze dat een afgewogen differentiatie kan worden bewerkstelligd door een reeks van negen verschillende wooneenheden systematisch
te herhalen. Zijstraatjes en knikken in de rooilijn zorgen ervoor dat deze repetitie op natuurlijke wijze is voorzien van afwijkingen. Naar aanleiding van een bezoek aan Burano, Italië, stelden de architecten een palet van ramen samen. De ramen zijn
De ramen die in het project zijn toegepast, zijn op verschillende manieren
gedetailleerd. Door hun gelijkvormigheid houden ze het gedifferentieerde beeld
van de gevels in toom.
gelijk van vorm, maar door diverse manieren van detaillering
zijn ze subtiel verschillend, waardoor ze bijdragen aan de
gelaagdheid van de architectuur.
Bij kadewoningen bestaat de differentiatie in het beeld voor
een groot deel uit het verschil in de breedte en de hoogte
tussen de panden. De architecten namen dit gegeven als uitgangspunt
voor het ontwerpen van de verschillende woningtypes.
Doordat de opdrachtgever het maximale aantal vierkante
meters per woning had vastgesteld, zorgde de
differentiatie in breedte vanzelfsprekend voor variatie in hoogte
en diepte, wat zijn weerslag heeft op de plattegronden.
Het resultaat is een heterogene verzameling woningen waarvan
sommige goed in de markt liggen en andere lastiger zijn
te verkopen. Dit zorgde voor weerstand bij de ontwikkelaars,
die liever achter de gevels identieke woningen met gelijke
verdiepingshoogtes hadden gezien. Met behulp van het
toetsteam dat de ontwikkeling van de plannen in de wijk
overzag, wisten de architecten hun ontwerp echter overeind
te houden. Het resultaat is een levendig gevelbeeld, waarbij
elke woning door zijn unieke uitwerking het karakter van een
historisch pand heeft, compleet met de voor- en nadelen die
daaraan kleven. Zo zijn de smalle woningen relatief diep, wat
associatie oproept van een donkere woning. Door de woning
in te delen met vides en hoge leefruimtes, valt het licht echter
overvloedig naar binnen.
Particulier opdrachtgeverschap in een keurslijf
Dat het formuleren van randvoorwaarden een goede manier
is om differentiatie in goede banen te leiden, toont het project
Cronenburgh in Loenen aan de Vecht. Vanuit de gemeente
bestond de wens om een aanzienlijk deel van de nieuwe wijk
onder particulier opdrachtgeverschap te ontwikkelen. In
plaats van te komen met een uitgewerkt plan, presenteerde
West 8 een globaal ontwerp, vergezeld van enkele stedebouwkundige
uitgangspunten. Voor de uitbreiding is het DNA
van de dorpskern, bestaande uit vrijstaande laagbouw, als
uitgangspunt genomen. De structuur van de wijk sluit aan op
belangrijke zichtlijnen en oriëntatiepunten in het dorp en het
landschap.
Bureaupartner Edzo Bindels en zijn team ontwikkelden voor
de wijk een kavelatlas waarin per kavel duidelijke randvoorwaarden zijn omschreven. Door per kavel de hoogte, breedte, kaprichting, nokhoogte en plaatsing van de woning te definiëren, is ervoor gezorgd dat het ontwerpproces van de ontwikkelaars en de particuliere opdrachtgevers betrekkelijk vrij kon verlopen zonder dat dit ten koste zou gaan van het stedebouwkundig wenselijke beeld. Van de tweehonderd woningen in het plan ontwikkelden Proper-Stok en Synchroon er 128, waarvan een deel in samenwerking met geselecteerde architecten. 72 Woningen werden ontwikkeld door particulieren. Een groot deel van hen nam zelf een architect in de hand, die vervolgens binnen de grenzen van het door de kavelatlas opgelegde kader zijn ontwerp moest maken. Een serie bijeenkomsten met bewoners, waar elke partij een maquette in een schaalmodel van de wijk mocht plaatsen en zo het effect van het ontwerp op het stedebouwkundigebeeld kon ervaren, zorgde voor een verdere stroomlijning van het proces. Zelfs de handvol neo-traditionele cataloguswoningen zijn hierdoor goed ingepast in het straatbeeld.
Stadsvernieuwing
Bouwen in een bestaande context kan een positieve uitstraling hebben op de omgeving, vooral als de locatie zich, zoals in het geval van het St. Josephhof in Nijmegen, tussen de binnenstad en een park bevindt. Voor het binnenhof van een deels gesloten bouwblok ontwierp Paul Ketelaars van Mecanoo een plan voor 98 woningen, waarvan veertig procent sociale woningbouw. Om dit percentage rendabel te
kunnen maken, is een hoge dichtheid gerealiseerd. De gevels aan de openbare binnenhof zijn zo vormgegeven en gematerialiseerd dat ze de maat en levendigheid overnemen
van de buitenrand van het blok. Verschillende kleuren baksteen zijn verwerkt in afwisselende vlakken die in de diepte en breedte ritmisch verspringen. Deze geleding lijkt de individuele wooneenheden te benadrukken. Het gedifferentieerde beeld staat in werkelijkheid echter geheel los van de achterliggende woningen, die een strak stramien volgen. De beslissing van de architect om de gevelindeling van de stedebouwkundige
context door te trekken naar het interieur van het blok komt de inpassing ten goede. Aan de detaillering en de materialisering is veel aandacht besteed.
De bakstenen voor het project zijn afkomstig uit de ambachtelijke steenfabriek Vogelensangh en voor het hekwerk van de rondgang op de tweede verdieping is een ontwerp gemaakt dat de beperkte breedte van het pad ruimer doet overkomen. Door de kwalitatieve afwerking van het project is een buurt ontstaan waar de bewoners trots op kunnen zijn.
Voor de uitbreidingswijk Cronenburgh in Loenen aan de Vecht stelde West 8 een
kavelatlas samen waarin per woning de hoogte, breedte, kaprichting, nokhoogte en
plaatsing op het plot is vastgelegd. Het resultaat is een gevarieerd straatbeeld.

In de wijk is het stratenpatroon afgestemd op bestaande gezichtsbepalende elementen
en op kavels die door West 8 zijn aangewezen voor het realiseren van zogenoemde
‘specials’. Op de achtergrond is de torenwoning, ontworpen door Jules Zwijsen, te zien.

Het ontwerpen van gelaagdheid Het ontwerpen van een gedifferentieerd beeld is één ding, het bedenken en sturen van het proces dat leidt tot de hoogwaardige invulling van dit beeld is iets anders. In Zierikzee en Loenen aan de Vecht zorgen de stedebouwkundige randvoorwaarden en de samenwerking van de architecten met de
belanghebbende partijen voor de realisatie van een ontwerp dat dezelfde gelaagdheid heeft als een historisch stadsgezicht. Het project in Nijmegen onderscheidt zich van de andere besproken projecten door de kleinere schaal. Hier is Paul Ketelaars uitgegaan van een beeld dat qua detaillering, materialisatie en inpassing in de omgeving zelf aansluit op de historische stad. Stedelijke dynamiek leidt tot een historisch gelaagde en aantrekkelijke omgeving. De projecten in Zierikzee en Loenen, die nu nog aan de rand van het verstedelijkte gebied staan, nemen door hun ontworpen differentiatie alvast een voorschot op deze ontwikkeling. Ze zullen ongetwijfeld de komende decennia onderdeel gaan uitmaken van het veranderingsproces waar elke stad aan onderhevig is. In Loenen zijn de spelregels voor transformatie in de kavelatlas dusdanig eenduidig dat het stedebouwkundige beeld van straten en openbare ruimtes, ongeacht toekomstige veranderingen, overeind zal blijven. In Zierikzee zal het karakter van de woonbebouwing voldoende tegenwicht moeten bieden aan dit transformatieproces. In het project wisselen particulier ontwikkelde woningen zich af met woningen van
projectontwikkelaars.

Bron: de Architect, oktober 2009